Sponsor actie: “Stap voor PaP” 2013

pieterpad-02

Bart Langens loopt van 12 oktober tot 24 oktober 2013 de beroemde lange route van het Pieterpad.  Een prachtig initiatief wat wij als Stichting en als vrienden een warm hart toe dragen.

De opbrengst van zijn sponsorwandeling gaat geheel naar de projecten in Cité Soleil. U kunt zijn reisverslagen hier volgen maar het zou nog mooier zijn als u denkt: ”Nou, die Bart is goed bezig!” En als u hem wilt stimuleren om zijn sportieve uitdaging te volbrengen, zou dat geweldig zijn. Elk klein beetje helpt onze stichting en uiteindelijk de mensen daar. Dan kunt u een bijdrage overmaken op rekeningnummer:

(NL04 RABO0) 371286301, ten name van Stichting Steun Cité Soleil, ondervermelding van: Stap voor PaP.

De opbrengst tot nu toe:

€ 1026,20

Klik op de foto en bekijk wat foto's die Bart heeft gemaakt onderweg.

Klik op de foto en bekijk wat foto’s die Bart heeft gemaakt

onderweg.

 

pieterpad deel 2 website (17)      pieterpad deel 2 website (14)     pieterpad deel 2 website (7)

Het Bewijs:

de foto’s hierboven vertellen het al………Bart is aangekomen op de Pietersberg in Limburg.

 Bart heeft het toch maar mooi geklaard, de voettocht van noord naar zuid Nederland!

Bart, proficiat en wij, al je bestuursgenoten, hebben die respect voor je ongekende doorzettingsvermogen om deze wandeling voor de Stichting te lopen. Fantastisch dat je er een sponsorloop van hebt gemaakt.

Het verslag van Bart:

Pieterpad, zaterdag 12 oktober – donderdag 24 oktober 2013.

 Op donderdagmiddag 24 oktober jl, zo tegen 16.00 uur ’s-middags zat het erop; van Pieterburen tot de St. Pietersberg in Maastricht. Dat is al weer ruim één maand geleden; tijd voor een nabeschouwing!!

 Enkele feiten:

 13 dagen wandelen, 12 x B&B (inclusief ontbijt en lunch; 1x vergeten door uitbaatster!);

Volgens de boekjes (Pieterpad, deel I en II): 496 km. Werkelijke afstand – GPS gemeten –: 538 km en nog wat. Gemiddeld ruim 41 km per dag;

Normale dagindeling: 06.00 uur op; 07.00 uur start. Finish ’s-middags vanaf 16.00 uur;

Langste dag: start: 06.00 uur – finish: 21.22 uur (en daar zat maximaal 2 uur aan pauzes in!!);

 

Fysiek:

  •  De eerste 3-4 dagen waren, achteraf bezien juist ingeschat, de zwaarste. Na 7-8 dagen was ik lichamelijk gewend aan de dagelijkse inspanning. Op de St.Pietersberg had ik niet het gevoel dat ik op dat moment ook niet meer verder zou kunnen;
  • De fysieke ongemakken waren te hebben. Daarbij hielp mijn opvatting:”Je moet nooit ‘s-avonds besluiten om te stoppen, maar pas de volgende ochtend”. Kwam de 1e week ’s-avonds vaak als ’n ménneke van 87 binnen, maar was die 30 jaar ’s-morgens bij vertrek weer kwijt. En vaak ook binnen ’n uur de juiste richting voor die dag ;-);

  • Op maandagmiddag, 14 oktober, kreeg ik last van m’n scheenbeen. Dinsdagmorgen werd bij de huisartsenpost in Sleen geconstateerd dat het een ‘klassiek geval’ van wondroos was. ‘We’ waren er op tijd bij. Ik stelde:”I’m a man with a mission!”. Pillen, paracetamol en het ‘mind-over-body’-concept zorgde voor de voortgang. Niettemin: woensdagochtend 23 oktober was de eerste dag dat ik ’s-morgens zonder pijn aan m’n scheenbeen aanliep…;

  •  Zo’n 5 dagen voor het eind kreeg ik last van m’n kleine teen, rechtervoet; die zat behoorlijk in de knel. Het gebruik van ‘second skin’ kon niet voorkomen dat dit erger werd. In de ‘controlekamer’ werd echter besloten dat het niet aan de orde was om door zo’n klein onderdeel de rest van het lichaam uit te laten schakelen;

  • Voor het overige: geen blooiers (!!) en het spiergestel paste zich verbazingwekkend goed aan aan de dagelijkse inspanning.

Mentaal:

  • De wandeltocht heeft niet geleid tot nieuwe, diepere inzichten (een gemiste kans, zullen sommige denken…). Na 57 jaar weet je wel hoe je in elkaar zit. Ik ben ‘mezelf niet tegen gekomen’ (of hoe dat gebruikelijk wordt uitgedrukt). Het roer hoeft niet om en alles hoeft niet in een keer helemaal anders. Het alleen wandelen was niet extra belastend. Ik ben het goed eens met mezelf en er was altijd voldoende gesprekstof… 😉

    De beleving:

  • Het was een prachtige tocht over verharde wegen, zandwegen, door weidevelden, heidevelden, bloemenvelden, bossen, zandverstuivingen, over fietspaden, bospaden, weidepaden, vlonderpaden, bruggen en bruggetjes, loopplanken, overstapjes, heuvels, ‘Dutch mountains’ en ’n enkel damwandprofiel…;
  • Ik wandelde zonder ‘oortjes’ en had daarentegen  m’n oren wijd open om te genieten van de geluiden, die de natuur voortbrengt; de vogels, de dieren in de weiden, het ruisen van de wind, het geritsel van de bladeren, de geluiden van arbeid in de velden, maar zeker ook van de gesprekjes met mensen onderweg en soms gewoon: stilte;
  • De belangrijkste inschattingsfouten vooraf waren de aanname dat ik gemiddeld 5 km per uur kon lopen én het onderschatten van de extra inspanning, die het lopen met een rugzak kost. 5 km per uur haal je gemakkelijk over verharde wegen, paden, maar niet door bossen, los zand, heuvels e.d. En zeker omhoog en omlaag is het dragen van een rugzak extra belastend. Dus kwam ik af en toe wat daglicht tekort. Een paar keer moest daarom het laatste deel in het donker én via de ANWB-paddenstoelen én het aanbellen bij mensen thuis worden voltooid.
  • Het wandelen is goed bevallen! Het zal ook zeker voortgezet worden, alleen waarschijnlijk niet in deze extreme vorm.

    Het meest hachelijke moment:

     Op zondag 13 oktober (de 2e dag!!) stond ik op een damwandprofiel, als onderdeel van een sluisje. Die damwandprofiel was het beginstuk ervan, met daarbovenop een ijzeren strip gelast van 2 voeten breed. Met volle bepakking, een rugzak van ruim 13 kilo, schuifelend, de voeten strak langs elkaar over een van de ochtendauw vochtige, groen uitgeslagen, ijzeren strip met links en rechts ruim 2 meter naar beneden niets dan water… Ik dacht voor als ik eraf val:”Rugzak af, rugzak af, rugzak af!!” Zo’n 4-5 meter verder op kon ik me vasthouden aan begroeiing, rechtsaf en: sluis open (of: naar beneden)!! Dus moest ik datzelfde stuk weer terug… Dat waren twee hachelijke momenten dus en op dat moment, als het fout was gegaan; einde oefening op dag twee. En dat alleen, omdat ik dacht dat dit een stuk korter zou zijn dan de voorgeschreven route!! Was ik zo afgeleerd…

     Het meest ‘hoe-is-het-in-hemelsnaam-mogelijk’- moment:

    Zondag, 20 oktober. We zijn één week verder. De langste etappe, 52 kilometer volgens het boekje.

    Voorbij Leuth wandel ik door de van ochtenddauw gerijpte weilanden over een pad. Na een aantal overstapjes nader ik een stenen bruggetje aan de linkerkant. Ik moet via een smal, slibberig kleipad omhoog naar dat bruggetje. Ik glij weg, hou me vast aan de omheining rechts van me en ploeter verder naar boven. Net boven, glij ik opnieuw uit en val met de pijnlijke plek op mijn scheenbeen precies op een stuk ijzer, wat om wat voor reden dan ook daar iets tussen de grasprieten uit omhoog steekt.

     De komende 10 minuten daarna geef ik de weidsheid van het landschap de ruimte om mijn verbale erupties te absorberen. Ik zoek naar de oerkreet, die eenieder in zich schijnt te hebben, maar kom waarschijnlijk niet verder dan op deze dag en dit tijdstip volkomen ongepaste verwijten aan een spirituele grootheid van een bovenaardse orde. Met als aantoonbaar gevolg: Het gras stopte met groeien, alsmede de dagmelkproductie van de aanwezige koeien!! Een grote klucht ganzen verkiest spontaan het zwerk, mensen gaan die dag eerder naar de kerk…

    Ook dat hebben we overleefd!!

     Het meeste ‘toeval-bestaat-niet’- moment:

    Op maandag 14 oktober krijg ik dus ’s-Middags last van m’n been. Ik ben ruim 1 ½ uur onderweg vanuit Sleen. Ik besluit een boerenerf op te lopen. Er zit iemand in de keuken; ik klop tegen de raam. De boer des huizes komt naar buiten en ik vraag hem of er een huisarts in de buurt is. “Ja, in Sleen”, antwoord hij. Maar daar kwam ik net van af, dus… Geen probleem, hij brengt mij met de auto naar de huisarts in Sleen, zet me netjes voor de deur af. Na het consult, sta ik met m’n pillen en parcetamol buiten en dacht:”Hoe nu verder!?” Als ik dat hele stuk opnieuw moet lopen – met het tijdsverlies dat inmiddels is opgelopen – kom ik nooit voor middernacht binnen. Ik besluit het dorp in te lopen, op zoek naar een bushalte of zo. Ik voel per toeval in m’n broekzak; daar zit de huissleutel nog in van de B&B van die nacht (B&B De Schoenlapper te Sleen). Dus ik wandel terug naar dat adres, loop achterom, klop op de deur:”Binnen!”. Zit de uitbater in de keuken aan tafel en ziet mij binnenkomen. Ik hou de sleutel omhoog en zeg verder niks. Zegt hij: “Maar daar had je toch niet helemaal voor terug hoeven komen!!” Ik leg hem uit wat er gebeurd is. ‘Geen probleem”, zegt hij, “dan zet ik je toch weer op de route!!” Tommie, de hond, wordt mee achterin de auto gecommandeerd en met wat tijdcompensatie zet deze vriendelijke man mij weer op de Pieterad-route. Twee mooie voorbeelden van spontane hulp van vreemden aan vreemden!!

     Het meeste ‘gesprek-van-de-dag’-moment:

    Loop door de bossen te wandelen, fietspad langs een zandweg. Moet op een gegeven moment rechtsaf, komt een oud vrouwtje (schat qua leeftijd zo 75-80 jaar oud) mij tegemoet gefietst. Ze ziet mij en met een kwiekheid, die haar leeftijd niet doet vermoeden, stapt af. Ik denk nog:”Waar moet dat heen als je als jongeman van 57 jaar niet eens meer rustig/veilig door de bossen kunt wandelen zonder onheus bejegend te worden!?” Maar ze begint een gesprek, met als openingszinnen:”Je bent zeker het Pieterpad aan het wandelen” en “Ja, ik moet naar de bloedbank!” In het daarop volgend kwartier volgt een monoloog van haar kant, waarbij aan de orde komen: het wandelen op zich; haar weduwschap; de RABO-affaire; de 4 brieven van de RABO, die ze nog heeft liggen waar ze iets mee moet; je komt zeker uit Brabant?, daar komt mijn familie oorspronkelijk ook vandaan; haar familie; de ‘kouwe kant’.

    Zo’n vijf minuten ben ik al bezig om een geschikt moment te vinden om dit gesprek op passende wijze te onderbreken. Op een gegeven moment zegt ze:”Ja, het is toch wat!! Iedereen gaat tegenwoordig scheiden!!” Ja!! Dat is mijn cue-line!! Ik zeg: “Nou, mevrouw, WIJ gaan ook scheiden: u gaat naar de bloedbank en ik ga nog een eindje wandelen!!” “Ja, ja, zo is het”, antwoordt ze. “Een fijne dag nog!”zegt ze en dat was het laatste wat ik van haar zag en hoorde. Zo moet een scheiding zijn…!! 😉

     Het meeste ‘dan-is-er-hulp-als-het-nodig-is’- moment:

    Zaterdag, 19 oktober, 06.45 uur. De uitbaatster (“Ik sta om 06.15 uur op om voor jou broodjes te bakken!!”) van ’t Uutrusthuus te Zelhem is mijn ontbijt vergeten. Met ’n boterham van de dag ervoor, een stukje spijsbrood, wat Thea had meegebracht, een flesje cola en een bidon water vertrek ik om 07.00 uur.

     Om 11.30 uur ben ik in Braamt. Daar is rond dat tijdstip niets open. Ik loop Braamt uit en kom bij Mezzo,restaurant en kamers. Ik loop over de parkeerplaats en besluit in de stoel te gaan zitten, die buiten naast de ingang staat. Daar eet ik m’n laatste stukje spijsbrood en cola. Komt er een jongen van ’n jaar of 16-17. Ziet mij daar zitten en ik leg uit waarom ik er zit. “Lust u misschien een kopje koffie!?”, vraagt hij. Ik ben bijzonder getroffen door het aanbod van de jongeman, waarvan later blijkt dat hij een sportopleiding volgt en in z’n vrije tijd rond het complex een beetje opruimt en de tuin e.d. een beetje bijhoudt. Dat verwachtte ik eerlijk gezegd niet van zo’n ‘snotneus’!!

     Geestelijk gelaafd vervolg ik m’n pad. ’n Paar uur verder heb ik alleen nog wat water in m’n bidon en wordt het toch wel lastig. Via de bossen nader ik de rijksgrens. Ik kom een paar oudere dames tegen, volledig in Nordic-walking-modus. Gelet op het smalle pad vereist hoffelijkheid van mij dat ik even opzij stap. Eén van de dames dankt me en kijkt me eens aan. Ze vraagt hoe het gaat. Mijn oppervlakkige antwoord wordt door haar gecounterd met de vraag:”Lust u misschien een Dextrootje van mij!?”. Mijn lichaamstaal had waarschijnlijk al voor me geantwoord voordat ik daadwerkelijk “Ja!” zei en ze stelde dat ik er evt. ook wel TWEE mocht. Maar dat vond ik te genereus.

     Met deze twee momenten kon ik het redden tot de Graf Wichmann-allee, alwaar ik in de buurt een enorme Tasse Kaffee met een flinke Kuche mit Zahne verorberde om de laatste kilometers richting Millingen aan de Rijn met succes te kunnen afleggen.

    Tot slot:

    De sportieve prestatie op zich is aan mij toe te schrijven. Maar er zijn zeker een aantal mensen te bedanken, zonder wiens ondersteuning dit niet mogelijk was geweest.

     Als eerste, Thea, mijn vrouw. Zij heeft véél meer kilometers afgelegd met de auto tussen Pieterburen en de Sint Pietersberg in Maastricht, dan ik voorlopig zal lopen. Om de 3 dagen en op het laatst om de twee dagen. Met spullen brengen/ophalen, de bitter noodzakelijke massages van de benen de eerste dagen en regelmatig het gezelschap om s’-avonds nog even mee wat te gaan eten.

    Als tweede mijn vrienden Ton en Sjan Kerkhof, die er op de 1e maandagavond precies op het goede moment waren, omdat dag 3 en 4 achteraf toch wel de zwaarsten waren. Ton heeft toen nog over de laatste 8 km mijn rugzak gedragen!!

     Op de tweede zondag, de langste dag qua afstand, was er de morele support van de familie Prudon-Niekus, die met motiverende affiches onderweg en een aangeboden lunch, de moed er bij mij inhielden.

     Het onthaal in Maastricht door respectievelijk Manon Wenmekers en Thea!! En de talloze FB-berichtjes en WhatsApps van de ‘volgers’!!

     Dit alles bij elkaar maakte het tot een schitterende ervaring!! De foto’s volgen nog!!

     Groetjes, Bart Langens.

Comments are closed.